Het genadeverbond verder besproken
De uitdrukking "genadeverbond" wordt in de bijbel niet gebruikt. Het is een theologische aanduiding om de éénheid aan te geven tussen de verschillende verbonden na de zondeval. Sommige theologen hebben daarom gepleit voor een andere verwoording: "Gods eeuwige doel in Christus Jezus" of anderen zoals wat Paulus gebruikt in Efeze 2: 12: "de verbonden der beloften". Er is inderdaad een ééheid in de verscheidenheid van de verbonden welke worden vermeld in de bijbel. Deze éénheid is in Christus Jezus. Wij willen duidelijk zijn dat God met de mens handelt enkel en alleen in Jezus Christus. Door Zijn bloed offer alleen kan de mens worden gered van zijn zonden. Er is echter ook een verscheidenheid in de verbonden, anders had God geen andere verbonden gemaakt wanneer ze exact hetzelfde zouden zijn! Wij willen deze éénheid verder gebruiken door het te beschrijven als genade-verbond en verder uitwerken. Ons doel hierbij is om te laten zien dat wanneer je toch aan het genadeverbond vast wilt houden je niet uitkomt bij de doop aan kleine kinderen. Het gaat hierbij om de BELOFTEN die God geeft en hoe je deze moet interpreteren.
Hoe moeten we de beloften die God heeft gegegeven lezen?
God vertelt de mens hoe hij moet leven en geeft beloften aan de mens hoe Hij zelf zal handelen wanneer de mens Gode gehoorzaam is. De mens kan hierin niet onderhandelen en heeft de voorwaarden alleen maar te accepteren. Daarom gebruikten de schrijvers van de bijbel niet het Griekse woord "syntheke" wat in zou houden een verbond tussen twee partijen, maar ze gebruikten het Griekse woord "diatheke", waarin de voorwaarden werden bepaald door één van de partijen, in dit geval God zelf. Dit betekende ook dat de verbonden niet gewijzigd konden worden. Wanneer we nu dieper kijken naar het genade verbond, dan merken we het volgende op. Toen Adam het werk verbond verbrak, gaf God een ander verbond om de mens te redden.
Dr. M Smith schrijft:
"De term "genadeverbond" wordt gebruikt om te refereren aan het plan van God om mensen te redden in Christus. Het zou een misleidende term kunnen zijn wanneer we geloven dat er maar één genadeverbond zou zijn. De bijbel geeft verschillende verbonden weer met allemaal een genadig karakter. Ze zijn allemaal onderdeel van een voortschrijdende openbaring van Gods plan in het uiteindelijke verbond in Christus; het nieuwe-verbond.
De partijen in dit verbond zijn God en de mensen die Hij heeft uitverkoren waarin Christus de rol van de middelaar, het hoofd, vervult, Heb 8:6 En nu heeft Hij zoveel uitnemender bediening gekregen, als Hij ook Middelaar van een beter verbond is, hetwelk in betere beloftenissen bevestigd is.
Wanneer we de term "genadeverbond" willen gebruiken, dan moeten we ons afvragen; "Met wie is dit verbond opgericht?" Hiervoor gebruiken we de uitleg zoals ook in de Westminster catechismus wordt gebruikt. "Het genadeverbond was gemaakt met Christus als de tweede Adam en in Hem met al de uitverkorenen als Zijn zaad". Vele christenen struikelen hierover al zou het genadeverbond ruimer zijn en niet alleen voor de uitverkorenen. Maar waar in de bijbel vinden we deze ruimte? Indien we het willen hebben over de aanbod van genade, dan is deze genade voor iedereen. Om het maar zo te zeggen: "ook voor niet gedoopte kinderen is er het aanbod van genade in Jezus Christus." Onze pleitgrond is niet de doop maar Jezus bloed.
Terug naar het genadeverbond. Wat was het doel van dit genadeverbond? Dit is volkomen duidelijk: "om zekerheid van zaligheid te bieden aan de gelovigen."
Justus Vermeer verwoord het als volgt: "Zeer klaarblijkelijk en plechtig met Abraham, ten opzichte van de uitverkorenen uit alle geslachten des aardbodems, als zijn geestelijk zaad in Gal. 3:29: "En indien gij van Christus zijt, zo zijt gij dan Abrahams zaad, en naar de beloftenis erfgenamen," die allen in Abrahams zaad, (namelijk Christus) gezegend zouden worden. en verder: Eindelijk, veel algemener en uitgebreider in de dag van het Nieuwe Testament met de uitverkorenen uit alle geslachten, talen, volkeren en natiën van de ganse aardbodem. Ziet dit klaar voorzegd in Jer. 31:31 t/m 33: Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage toen Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE; Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en Ik zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Herman Bavinck als volgt: "dat het genadeverbond, in zoover het met Christus was opgericht, wezenlijk een werkverbond was; dat daarom in het genadeverbond wederom onderscheiden moest worden tussen het verbond, gelijk het met Christus van eeuwigheid was opgericht, en het verbond, gelijk het als uitvoering van dien vrederaad in den tijd met de uitverkorenen of gelovigen, wordt opgericht; en dat eindelijk deze onderscheiding weder werd teniet gedaan, genadeverbond en vrederaad als wezenlijk één werden opgevat, en het genadeverbond zelve in de eeuwigheid werd verlegd, als zijnde daar met Christus en in Hem met al de zijnen opgericht."
Zoals eerder beschreven, vele christenen hebben moeite met deze beschrijving. Daarom zijn er theologen die dit breder willen trekken en aangeven dat God het genadeverbond op heeft gericht met Abraham en zijn zaad in het O.T. en met de kerk in het N.T. Aangezien er in de bijbel niet wordt gesproken over één genadeverbond ga je elkaar "bevechten" op uitleggingen. Daarom opnieuw, laten we blijven bij datgene wat ons ins geopenbaard in de bijbel.
Om toch maar weer verder te gaan met het genadeverbond het volgende. De vraag die als eerste naar boven komt is; "konden de mensen voor Abraham ook in het genadeverbond komen?" (Overigens een mooie deelvraag zou zijn: "welke teken hadden ze dan voor Abraham?") Ja, daarom wordt er algemeen van uit gegaan dat het genadeverbond als eerste wordt verwoord in Gen 3:15: "En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; dat zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen" terstond na de zonden val. Het is daarom duidelijk misleidend en verwarrend om alleen het verbond met Abraham te identificeren en gelijk te stellen als dat dat het genadeverbond zou zijn. Wanneer we vast blijven houden dat het genadeverbond is opgericht met Christus en in Hem met al de uitverkorenen, wordt het duidelijk dat vele nakomelingen van Abraham niet behoorden tot de uitverkorenen en daarmee tot het genadeverbond. Een grote meerderheid van Abraham's nakomelingen was afvallig en rebelerend, Jes 1:2-20, waarvan het 6e vers: Maar Gij hebt uw volk, het huis van Jakob, verlaten, want zij zijn vervuld met goddeloosheid, meer dan het oosten, en zij zijn wichelaars gelijk de Filistijnen, en aan de kinderen der vreemden tonen zij hun behagen. Heb 3: 16-4:2. Want sommigen, toen zij die gehoord hadden, hebben Hem verbitterd, doch niet allen, die uit Egypte door Mozes uitgegaan zijn. Over wie nu is Hij vertoornd geweest, veertig jaren? Was het niet over degenen, die gezondigd hadden, wier lichamen gevallen zijn in de woestijn? En aan wie heeft Hij gezworen, dat zij in Zijn rust niet zouden ingaan, anders dan aan hen, die ongehoorzaam geweest waren? En wij zien, dat zij niet hebben kunnen ingaan vanwege hun ongeloof. Laat ons dan vrezen, dat niet te eniger tijd, de belofte van in Zijn rust in te gaan nagelaten zijnde, iemand van u schijne achtergebleven te zijn. Want ook ons is het Evangelie verkondigd, zoals hun; maar het woord der prediking deed hun geen nut, omdat het met het geloof niet gemengd was in degenen, die het gehoord hebben. De meerderheid van Abrahams nageslacht behoorden niet tot het genadeverbond. Denk hierbij ook maar aan Ismaël. Daarom moeten we het verbond met Abraham, zoals alle andere Bijbelse verbonden, zien als een mechanisme voor het vervullen van de belofte van het doel van het genadeverbond, namelijk de zaligheid van de gelovigen.
Komen we nu tot het verbond met Abraham aangezien dit verbond centraal staat bij de uitleg van de doop van kleine kinderen.
Het verbond met Abraham wordt ons voortschrijdend geopenbaard in Gen 12, 15, 17 en 22.
Gen 17 is echter het belangrijkste hoofdstuk waarin de volgende elementen worden weergegeven:
- Het verbond wordt eerst met Abraham zelf gemaakt v.2 En Ik zal Mijn verbond stellen tussen Mij en tussen u, en Ik zal u gans zeer vermenigvuldigen.
- Abraham wordt de vader van verschillende volkeren, v.4-6: Mij aangaande, zie, Mijn verbond is met u; en gij zult tot een vader van menigte der volken worden! En uw naam zal niet meer genoemd worden Abram; maar uw naam zal wezen Abraham; want Ik heb u gesteld tot een vader van menigte der volken. En Ik zal u gans zeer vruchtbaar maken, en Ik zal u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen.
- het verbond wordt ook gemaakt met zijn kinderen, v.7: En Ik zal Mijn verbond oprichten tussen Mij en tussen u, en tussen uw zaad na u in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u te zijn tot een God, en uw zaad na u.
- het land Kanaän is het beloofde land, v.8: En Ik zal u, en uw zaad na u, het land van uw vreemdelingschappen geven, het gehele land Kanaän, tot eeuwige bezitting; en Ik zal hun tot een God zijn.
- besnijdenis was het teken van het verbond, v. 10,11: Dit is Mijn verbond, dat gij houden zult tussen Mij, en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde. En gij zult het vlees van uw voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u.
- het was mogelijk om het verbond te verbreken, v.14: En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, die het vlees van de voorhuid niet zal besneden worden, die ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken
- Isaäk en zijn nakomelingen zijn de erfgenamen, v.18-21: En Abraham zeide tot God: Och, dat Ismaël mocht leven voor Uw aangezicht! En God zeide: Voorwaar, Sara, uw vrouw, zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam noemen Izak; en Ik zal Mijn verbond met hem oprichten, tot een eeuwig verbond voor zijn zaad na hem. En aangaande Ismaël heb Ik u verhoord; zie, Ik heb hem gezegend, en zal hem vruchtbaar maken, en hem gans zeer vermenigvuldigen; twaalf vorsten zal hij gewinnen, en Ik zal hem tot een groot volk stellen; Maar Mijn verbond zal Ik met Izak oprichten, die u Sara op deze gezette tijd in het andere jaar baren zal.
Om het verbond met Abraham goed te kunnen begrijpen, wordt ons veel meegedeeld in de brief van Paulus aan de Galaten. Het verbond heeft namelijk een vleselijke- en een geestelijke strekking. Dit noemen we een DUALITEIT. Deze dualiteit, het vleselijke en geestelijke mogen we niet door elkaar halen. Merk op: Gal 3:16 leert ons deze dualiteit, ook wel, "onderscheidt tussen verschillende betekenissen" in dit verbond met Abraham; Nu zo zijn de beloftenissen tot Abraham en zijn zaad gesproken. Hij zegt niet: En aan de zaden, als van velen; maar als van één: En aan uw zaad, hetwelk is Christus. Deze dualiteit moeten we eerst begrijpen om de diepere betekenis van het verbond met Abraham te begrijpen. De belofte van het verbond met Abraham is uiteindelijk niet Isaac of het nageslacht van Abraham, maar Jezus Christus.
Aan wie gaf God de belofte in het verbond met Abraham, de dualiteit?
Als eerste duidelijk aan Abraham. Het verbond met de beloften was gemaakt met hem, Gen 15:18a, 12:1-3.
Daarna met zijn zaad, Gen 17:7. Dit zijn zijn nakomelingen (meervoud), maar God door Paulus zegt ons dat de vervulling Christus zelf was, Gal 3:16. Isaac was de aangestelde erfgenaam van de belofte, Gen 15:4, 17:21. Israel was de gekozen zoon, Gen 25:23-24: En de HEERE zeide tot haar: Twee volken zijn in uw buik, en twee natiën zullen zich uit uw ingewand vaneen scheiden; en het ene volk zal sterker zijn dan het andere volk; en de meerdere zal de mindere dienen. Toen nu haar dagen vervuld waren om te baren, ziet, zo waren tweelingen in haar buik, zie ook Rom 9:10-13. En niet alleen deze, maar ook Rebekka is daarvan een bewijs, toen zij uit een bevrucht was, namelijk Izaäk, onze vader. Want toen de kinderen nog niet geboren waren, noch iets goeds of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleef, niet uit de werken, maar uit de Roepende; Zo werd tot haar gezegd. De meerdere zal de mindere dienen. Gelijk geschreven is: Jakob heb ik liefgehad, en Ezau heb ik gehaat. Het verbond was gemaakt en de beloften bevestigd met hen Gen 26:1-5, 23-25, 27:28-29, 28:13-15, 35:9-15 enz. Daarom moeten we vaststellen dat niet alle natuurlijke nakomelingen van Abraham meedelen in de belofte van het verbond, maar alleen zij wie door God aangegeven erfgenamen en gekozen zoon waren! Het belangrijke van de dualiteit wordt ons weergegeven in Gal 3:16 en in Gen 17:7, dit onderscheid wordt ons nu duidelijk.
Deze dualiteit is het onderscheid van "schaduw" en "vervulling". Anders verwoord; van schaduw en werkelijkheid, van schaduw en waar het werkelijk om gaat. De schaduw gaat vooraf en openbaart de vervulling, de werkelijkheid. Abrahams zaad bestaat zowel uit, enkelvoud en meervoud, het natuurlijke, vleselijke zaad (Schaduw) en geestelijk zaad (vervulling).
Het eerste "natuurlijke" zaad van Abraham nam expliciet en onderscheidend verbondsmatige vorm aan in het oude-verbond bij Mozes. In Exodus 34 wordt ons meegedeeld de verbonds vernieuwing met het volk Israël toen zij uit Egypte werden geleid. Toen het volk in slavernij was, gedacht de Heere aan zijn verbond die Hij gemaakt had met Abraham, Isaak en Jacob.
Het tweede "geestelijke" zaad van Abraham, nam expliciet en onderscheidend verbondsmatige vorm aan in het nieuwe-verbond met Jezus Christus als het hoofd van het verbond en de verbondsmiddelaar.
Dit geeft ons het volgende overzicht om de dualiteit, het verschil, aan te geven van de twee betekenissen:
Is er een relatie tussen het verbond met Abraham en de (water)doop?
Inleiding:
Het verbond met Abraham staat niet op zich zelf. In de bijbel worden er over verschillende verbonden gesproken. Opmerkelijk is dat nergens in de bijbel wordt gesproken over genade verbond of dat het verbond met Abraham het genade verbond zou zijn. Vele discussies worden gevoerd en vele boeken zijn geschreven over het genade verbond. Vele boeken zijn ook geschreven over de relatie van het verbond met Abraham en de (water)doop. De doop van kleine kinderen wordt direct gerelateerd aan het verbond dat God met Abraham sloot. Calvijn heeft na de reformatie een dogmatiek geschreven die de doop van kleine kinderen beargumenteert op basis van datzelfde verbond. Deze dogmatiek kunnen we echter niet terugvinden in de vroege kerk. Ook de kerk van na de reformatie heeft zich elke keer beroepen op de leer van Calvijn zoals deze is verwoord in de belijdenisgeschirften. Helaas is de gewone man in de kerkbank niet in staat om deze dogmatiek te volgen en de geschreven boeken te begrijpen. Eén van de redenen hiervan is dat de uitleg van Calvijn niet eenvoudig is terug te lezen in de bijbel. Reformatorische christenen nemen aan dat de doop in plaats is gekomen van de besnijdenis. Er is geen directe link van doop en besnijdenis in de bijbel waardoor er via een indirect verband de uitleg wordt gegeven. Gelovigen die zijn groot gebracht met de gereformeerde leer gaan volledig mee met de uitleg van Calvijn en zijn uitleg over het verbond. Wel is er veel kritiek gekomen op deze uitleg van Calvijn, zelfs door diegene die voorstanders zijn van de kinderdoop. In de loop van de daaropvolgende eeuwen is deze uitleg van Calvijn verder versnipperd en heeft iedere reformatorische kerkverband zijn eigen uitleg ontwikkeld. Met andere woorden, er is behoorlijk wat onenigheid binnen de reformatorische kerken zelf over de betekenis van de doop aan kleine kinderen. Dit is o.a. aanleiding geweest voor veel schuringen in de kerken. Denk hierbij maar aan de uitleg van het aanbod van genade, veronderstelde wedergeboorte, kerklid als object van het verbond, kerklid als subject van het verbond, enz.
Definitie van "verbond":
Wat is nu een verbond? In het verleden werd het verbond meestal gedefinieerd als "een overeenkomst tussen twee of meer mensen." Sommige verbonden in de bijbel, hebben inderdaad dit element in zich. Nu wordt algemeen aangenomen dat deze definitie niet meer correct is, zeker wanneer het gaat om de essentiële bedoeling van het verbond in de bijbel. Dit wordt duidelijk wanneer er de eerste keer over een verbond wordt gesproken: Gen 6: 18. Maar met u zal Ik Mijn verbond oprichten; en gij zult in de ark gaan, gij, en uw zonen, en uw vrouw, en de vrouwen van uw zonen met u. Het is God zelf, die zonder overeenkomst met Noach, Zijn verbond maakt met Noach.
Een tweede voorbeeld is het "verbond" met Adam. Gereformeerde-theologen in het verleden, leerden dat er een werkverbond was met Adam in het paradijs, latere theologen hebben dit aangevochten. Het woord "verbond" wordt niet gebruikt in de eerste drie hoofdstukken van Genesis, er is ook geen element van een overeenkomst tussen God en de mens. Professor Murray, een bekende amerikaanse theoloog, geeft dan ook de voorkeur aan de benaming "Bedeling met Adam".
Traditioneel is er altijd gesproken over een éénheid in de bijbel met één "generiek" verbond, het genadeverbond (zie tekening).
Bijbelse verbonden
Algemeen wordt er binnen de reformatorische traditie gesteld dat de bijbel twee (of drie) verschillende verbonden kent. (Ik ga niet in op de twee- of drie-verbondenleer) Het werkverbond en het genade verbond. Waarbij het genade verbond uit verschillende bedelingen bestaat. Oude bedeling en nieuwe bedeling. Het genadeverbond is dan de overkoepelende verbond van alle verbonden na de zondeval.
Maar is dit wel een juiste weerspiegeling van de werkelijkheid?
De bijbel spreekt heel veel over het oude verbond en het nieuwe verbond. We lezen in Gal 4:24 het volgende; Hetwelk dingen zijn, die andere betekenis hebben; want deze zijn de twee verbonden; het ene van de berg Sinaï, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Agar. In Heb 8:7-13; Want indien dat eerste verbond onberispelijk geweest was, zo zou voor het tweede geen plaats gezocht zijn geweest. Want hen berispende, zegt Hij tot hen: Ziet, de dagen komen, spreekt de Heere, en Ik zal over het huis Israëls, en over het huis van Juda een nieuw verbond oprichten; Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage, toen Ik hen bij de hand nam, om hen uit Egypteland te leiden; want zij zijn in dit Mijn verbond niet gebleven, en Ik heb hen niet geacht, zegt de Heere. Want dit is het verbond, dat Ik met het huis Israëls maken zal na die dagen, zegt de Heere: Ik zal Mijn wetten in hun verstand geven, en in hun harten zal Ik die inschrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn. En zij zullen niet leren, een ieder zijn naaste, en een ieder zijn broeder, zeggende: Ken de Heere; want zij zullen Mij allen kennen van de kleine onder hen tot de grote onder hen. Want Ik zal hun ongerechtigheden genadig zijn, en hun zonden en hun overtredingen zal Ik geenszins meer gedenken. Als Hij zegt: Een nieuw verbond, zo heeft Hij het eerste oud gemaakt; wat nu oud gemaakt is en verouderd, is nabij de verdwijning. In Ef 2:12; Dat gij in die tijd waart zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls, en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld.
En wat te denken van het verbond met Noach, David?
|
Dualiteit |
Natuurlijk nakomelingen |
Geestelijk nakomelingen |
|
Twee verschillende erfgenamen, gegeven door God op een bijzondere wijze |
Isaäc |
Jezus |
|
Twee uitverkoren "zonen" |
Isaäc verkozen zoon was Israël Gen 25:22-23, Rom 9:6 |
Jezus, als God's uitverkoren zoon om als 2e Adam de mensheid genade aan te bieden, Hos 11:1, Math 2:15, Jes 42:1 |
|
Twee verschillende nakomelingen |
De joden, natie van Israël, zijn Abraham's verbond nageslacht op een natuurlijke manier verwekt, Gen 15:3,5,18; 17:7,9 |
Gelovigen in Christus zijn Abrahams geestelijk nageslacht Gal 3:7-9, 14, 29; Rom 4: 11-17; Heb 2:16 |
|
Twee verschillende manieren van besnijden |
In het vlees en kenmerkt het natuurlijke nageslacht |
Aan het hart en kenmerkt geestelijk nageslacht, Rom 2:18-19, Phi 3:2, Kol 2:11 |
Twee verschillende manieren van voortplanting
Elk nageslacht, natuurlijke en het geestelijke, verspreid volgende generaties. Beide verspreiden en vermenigvuldigen zich op dezelfde manier als toen het ontstond. |
Natuurlijk nageslacht door geslacht gemeenschap |
Geestelijke nageslacht door wedergeboorte, Jes 53:10, Heb 2:13, Joh 1:12-13 |

Het natuurlijke zaad is het Hebreeuwse volk, het geestelijke zaad zijn de gelovigen. Het onderscheidend karakter van het Hebreeuwse volk was niet dat ze gelovigen in Christus waren, maar Hebreen, besneden in hun vlees. Apart gezet onder alle volkeren. Zij waren de natuurlijke verbondsnakomelingen van Abraham. Het onderscheidende karakter van de gelovigen is dat zij ALLEMAAL in de Heere zijn en Hem persoonlijk kennen. (Zie Jer 31:31-34: vs. 34: En zij zullen niet meer, een ieder zijn naaste, en een ieder zijn broeder, leren, zeggende: Kent de HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hun zonden niet meer gedenken) en dat ze allemaal besneden zijn aan het hart. Zij zijn de geestelijke nakomelingen van Abraham.
Nu kunnen we de vraag stellen; "zijn dan de geestelijke belofte niet alleen voor Abrahams natuurlijke nakomelingen?" Nee, God had dit al aan Abraham belooft in Genesis 17, in u zullen ALLE volkeren gezegend worden. Gal 3:8 zegt het als volgt: Zo verstaat gij dan, dat zij, die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn. En de Schrift, te voren ziende, dat God de heidenen uit het geloof zou rechtvaardigen, heeft te voren aan Abraham het Evangelie verkondigd, zeggende: In u zullen al de volken gezegend worden. Zo dan, die uit het geloof zijn, worden gezegend met de gelovige Abraham. Echter deze belofte was nog niet in vervulling gegaan. De belofte was nog niet uitgegaan naar de heiden volkeren. Met de komst van Christus in het vlees werd ook deze belofte vervuld. Christus gaf zijn discipelen de opdracht om heen te gaan en het evangelie te gaan brengen naar alle volkeren. De scheiding die er was tussen Jood en heiden werd weg gehaald. Dit wordt duidelijk wanneer we de brief van Paulus aan de Efeziërs bestuderen. In Ef. 2: 13-14 Maar thans in Christus Jezus zijt gij, die eertijds veraf waart, dichtbij gekomen door het bloed van Christus. Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft. Het bloed van Christus brak de tussenmuur af. Als eerste de tussenmuur tussen God en de mens. Wij hadden door onze zondeval in het paradijs een muur opgeworpen, die we zelf niet meer konden afbreken. Hiervoor is Jezus naar de wereld gekomen, om deze muur voor ons af te breken. Ook de muur tussen de Joden en de heidenen werd afgebroken. De scheiding die er wel was in het O.T. is er niet meer in het N.T. Ook niet Joden mogen nu delen in de beloftenissen gegeven aan Abraham. Gal 3:29 geeft ons dit o zo duidelijk weer. Indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen
Tegenbeeld van de besnijdenis is niet de doop.
Het is van groot belang om te zien dat het tegenbeeld van de besnijdenis in het vlees, het teken van het verbond met Abraham, niet de doop is, de besnijdenis aan het hart is, Rom 2:28-29,: Want die is niet een Jood, die het in het openbaar is; noch die is de besnijdenis, die het in het openbaar in het vlees is; Maar die is een Jood, die het in het verborgen is, en de besnijdenis des harten, in de geest, niet in de letter, is de besnijdenis; wiens lof niet is uit de mensen, maar uit God, Kol 2:11: In Wie gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus.
Zoals in het oude-verbond het natuurlijk zaad van Abraham besnijdenis ontvingen in het vlees, zo ontvangen in het nieuwe- verbond de geestelijke nakomelingen van Abraham de besnijdenis aan het hart. Merk op dat vele nakomelingen die de besnijdenis in het vlees ontvingen, niets wisten van de besnijdenis aan het hart en daarom aangespoord werden om het te ontvangen (Deut 10:16, Jer 4:4, 9:26). Allen die in het nieuwe-verbond zijn worden nooit aangespoord om het te ontvangen omdat ze het al ontvangen hebben!
Doop is nauw verbonden met de besnijdenis aan het hart in het nieuwe testament, zie Kol 2:11-12, In Wie gij ook besneden zijt met een besnijdenis, die zonder handen geschiedt, in de uittrekking van het lichaam der zonden des vleses, door de besnijdenis van Christus; Zijnde met Hem begraven in de doop, in welke gij ook met Hem opgewekt zijt door het geloof der werking Gods, Die Hem uit de doden opgewekt heeft. We worden gedoopt om de wereld te laten zien dat we deze besnijdenis aan het hart hebben ontvangen. Daar is geen eigen keuze bij. De doop mag niet worden toegepast aan ongelovigen. De diepgaande betekenis van de doop wordt gebagatelliseerd en gaat verloren indien wij het aan kleine kinderen toepassen. Dat is ook het symbool.
Het is daarom gewenst om een analogie tussen besnijdenis en doop te tekenen:
Zoals besnijdenis werd toegepast aan het natuurlijke zaad van Abraham, zo wordt de doop toegepast aan het geestelijke zaad van Abraham, dat zijn de gelovigen, die de besnijdenis aan het hart hebben ontvangen, door wedergeboorte en het werk van de H.G.
Nu wordt het duidelijk dat wanneer kleine kinderen gedoopt worden, die het natuurlijkzaad en nakomelingen zijn van gelovige ouders, er een verschrikkelijk element van verwarring geïntroduceerd wordt. Het "geestelijke" wordt verward met het "natuurlijke", de schaduw met de vervulling, het oude-verbond met het nieuwe-verbond. Het natuurlijkzaad van Abraham heeft, onder het oude-verbond, de vervulling van de natuurlijke belofte ontvangen, Joz 21:43-45, maar de geestelijke beloften, waarvan het natuurlijke een schaduw was, waren niet voor het natuurlijkzaad (zowel in oude als nieuwe verbond) maar voor het geestelijkzaad, dat zijn de wederomgeborenen, besnedenen aan het hart, dat is wat Paulus ons leert in Romeinen 9!
1 Kor 7:14 die zo vaak wordt aangehaald: Want de ongelovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongelovige vrouw is geheiligd door de man; want anders waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig geeft geen ruimte om de doop aan kleine kinderen toe te passen. Ook al wordt er gesproken over "geheiligd" zijn van de kinderen. 1 Kor 7 gaat over het huwelijksverbond. Man, vrouw en kinderen zijn apart gezet van de wereld in een wettig huwelijk.
Ook de doop van gezinnen in het N.T. biedt geen uitkomst. Juist daar wordt vermeld dat ze in God gelovig geworden waren en dus het geestelijkzaad van Abraham zijn.
Daar waar de doop wordt toegepast in het N.T. gaat het om mensen die het geestelijkzaad van Abraham geworden zijn door het geloof in Jezus Christus. De natuurlijke nakomelingen van gelovige ouders hebben geen verbonds betrekking. Maar zij zijn zelfs meer bevoorrecht dan de natuurlijke kinderen van Abraham in het O.T. Ze worden geboren in de tijd van de vervulling van de "geestelijke" belofte, dat ze geboren werden in een christelijk gezin, in de tijd van het nieuweverbond. Zoals iedereen, moeten ze wederom geboren worden om het koningkrijk van God in te gaan, Joh 3:3, en alleen wanneer er tekenen zijn van geloof en bekering (besnijdenis aan het hart) dan zijn ze erfgenamen en lidmaten van het nieuwe-verbond en mogen ze gedoopt worden als teken van hun wedergeboorte, Rom 6.
Wie zijn wij dat we Gods woorden omdraaien: wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn zal zalig worden.